Monoblock warmtepompen hebben grote voordelen, zoals installatiegemak voor jou als installateur omdat alle componenten zich in de buitenunit bevinden. Ook de condensor zit in de buitenunit, waardoor leidingen gevuld zijn met water en geen koeltechnische handelingen nodig zijn. En dus ook geen F-gassencertificaat. Handig! Wel zijn er belangrijke aandachtspunten, juist dóór die buitenunit. Denk aan ruimte(gebrek), bevriezingsgevaar en geluid. In dit artikel lees je er meer over. Zodat jij monoblock warmtepompen met een beetje puzzelen én hulp van Rensa op de juiste manier plaatst.
1. Ruimte
Zorg voor eenvoudige toegang voor onderhoud
Een goed geplaatste buitenunit is niet alleen stil, maar ook makkelijk bereikbaar voor onderhoud. Regelmatig onderhoud/inspectie is essentieel voor de optimale werking en levensduur van de warmtepomp. Zorg ervoor dat er voldoende ruimte rondom de unit is voor ventilatie en dat servicemonteurs gemakkelijk toegang hebben. Vermijd plaatsen waar vuil, bladeren of sneeuw de unit kunnen verstoppen, zoals direct onder bomen of in nauwe doorgangen. Nog meer aandachtspunten vind je hier.
2. Bevriezingsgevaar
Bij monoblock warmtepompen is de buitenunit met aanvoer- en retourleidingen verbonden met de installatie binnenshuis. Bij langdurige stroomonderbreking bestaat de kans dat het watergevoerde gedeelte bij lage buitentemperaturen bevriest. Om de (buiten)leidingen te beschermen tegen bevriezing en de daarmee gepaard gaande vervolgschade is het raadzaam om in de aanvoer- en retourleidingen een vorstbeveiligingsklep op te nemen. Dit is een beveiligingsklep die mechanisch werkt, dus ook zonder elektriciteit. Een voorbeeld is de iStop® vorstbeveiligingsklep, een mechanisch beschermingssysteem dat het water in het circuit kan aftappen. Wanneer de watertemperatuur in de leiding onder de 3°C daalt, gaat de afsluitklep open en laat deze het water druppelsgewijs uit de leiding lopen. De klep zal weer sluiten als de watertemperatuur naar 4°C stijgt. Zo ontstaat er stroming van warmer water vanuit de woning en wordt het binnendeel vorstvrij gehouden.
3. Geluid
Minimaliseer geluidsoverlast
Monoblocks produceren in veel gevallen minder geluid dan split units, doordat het toestel robuuster is ontworpen aangezien alle componenten buiten zijn geplaatst. Toch is geluidsoverlast een veelgehoord bezwaar tegen buitenunits van warmtepompen. Nederlandse regelgeving stelt strenge eisen aan het geluid dat buitenunits mogen produceren, met name in woonwijken. De geluidsproductie van de unit moet op de perceelgrens onder de 45 dB(A) blijven tussen 07:00 en 19:00 en onder de 40 dB (A) daarbuiten. Om geluidsoverlast te minimaliseren, maak je gebruik van maatregelen, zoals geluidswerende omkastingen, dakkappen en trillingsdempers. Je leest er meer over in ons kennisartikel ‘Waar laat ik mijn buitenunit ?’.
Let op – hoogte – opstelbalken
Niet alleen (buiten)leidingen moeten worden beschermd tegen bevriezing, maar óók het condenswater dat bij de buitenunit ontstaat. In de regel houden we bij Rensa aan dat een buitenunit die op de grond staat, wordt opgesteld op een grindbed van circa 30 cm diep, zodat het condenswater netjes op de grond kan weglopen. Bij buitenunits op het dak geldt een minimale hoogte van 30 cm (sneeuwhoogte) voor de opstelbalken om te voorkomen dat er ijs groeit tussen het dakoppervlak en de onderkant van de buitenunit. Deze eisen zijn altijd terug te lezen in de installatiehandleiding van het specifieke toestel (fabrikant).
Meer over monoblock warmtepomp installeren
Met de komst van hybride warmtepompen is het verduurzamen van woningen een stuk eenvoudiger geworden. Het selecteren en installeren van de juiste systemen vereist alleen wél extra expertise en de noodzaak om naar het grotere verduurzamingsplaatje te kijken. Wil je er zeker van zijn dat je de juiste warmtepomp selecteert en installeert? Volg dan de stappen in ‘Warmtepomp selecteren en installeren’ en ontdek waar Rensa je nog meer bij kan ondersteunen, zoals technisch advies bij geluidseisen.